|
Vanaf 1 januari 2011 gaat de Nederlandse politie met de hoogste prioriteit reageren op geverifieerde inbraakalarmen. Geverifieerde alarmen vanuit objecten in het land kunnen vanaf dat moment rekenen op de volle politie-aandacht en kunnen rekenen op de inzet binnen 10 minuten (stedelijk gebied) tot maximaal 15 minuten (landelijk gebied).
Politie-inzet is schaars en met deze gerichte aanpak loopt de pakkans op, afhankelijk van de verificatie-techniek tot wel 50%. Dit betekent dat iedere tweede politie-inzet een heterdaad kan opleveren. De politieorganisatie wordt door politiek en interne overwegingen meer en meer gedwongen tot verdergaande efficiency van de eigen organisatie en wenst reductie van de inzet van politieauto's voor elektronische inbraakalarmen. Tegelijkertijd moet de effectiviteit van politieinzet omhoog. De politie-inzet op elektronische alarmen leidt anno 2010 dagelijks tot een pakkans van circa 10 tot 20% per situatie.
Een alarmsysteem is voor de objecteigenaar een nuttig signaleringssysteem, maar heeft helaas - als bijeffect - nog te veel nodeloze politie-inzet tot gevolg. De techniek werkt wel, maar is tenslotte niet feilloos in het herkennen van (potentiële) criminelen.
Cijfers Jaarlijks sturen inbraaksystemen in Nederland enkele miljoenen alarmen naar de PAC's. Na een snelle monitoring stuurt de PAC een bewakingsdienst aan en/of de eigenaar/-sleutelhouder van het object. Van de na filtering overgebleven 40.000 alarmmeldingen van de PAC's, die uiteindelijk worden doorgegeven aan de politie, is ca. 80% een nodeloos alarm.
Investering De aanzienlijke jaarlijkse kosten voor eigenaren van alarmsystemen voor een zorgvuldige verificatie kunnen door een eenmalige investering in technische of organisatorische aanpassingen binnen één tot twee jaar worden terugverdiend. Als deze aanpassingen worden uitgevoerd resulteert dit in het feit dat de politie met hoogste prioriteit naar het object uitrukt. Dat wil zeggen dat de politie door heel Nederland binnen 10 tot maximaal 15 minuten ter plaatse is. |